Stichting Benchmark GGZ

Toon het menu Verberg het menu
Minimale Dataset

Hier vindt u informatie over welke gegevens zorgaanbieders maandelijks bij SBG aanleveren.

Zorgtraject

brambeheerder,ictmedewerkerdatatechnicus,implementatiemedewerker,levertdataaan,levertnoggeendataaan,onderzoeker,uitlegtoelichting
attribuut,element,zorgtraject

Zorgtrajectnummer

Laatst gewijzigd op: 15 december 2017

Een zorgtraject bestaat uit een initieel DBC-traject of een initieel DBC-traject gevolgd door één of meerdere vervolgDBC-trajecten. Ieder zorgtraject dat wordt aangeleverd moet een unieke code hebben, het zogenaamde zorgtrajectnummer. Dit kan een versleutelde versie van een registratiecode uit het EPD zijn, of een speciaal voor SBG gegenereerd getal.

SBG heeft het zorgtrajectnummer nodig om behalve op DBC-trajecten als eenheid ook over andere eenheden (bijvoorbeeld zorgtrajecten) te kunnen rapporteren. Bij herhaalde aanlevering van dezelfde zorgtrajecten moet telkens hetzelfde nummer aangeleverd worden. Het zorgtrajectnummer kan hetzelfde zijn als het zorgtrajectnummer dat wordt aangeleverd bij DIS.

ZorgTTP verzorgt voor SBG via de ‘Privacy en Verzendmodule’ (PVM-SBG) de pseudonimiseringsketen voor het zorgtrajectnummer. Alle zorgaanbieders die aangesloten zijn bij SBG dienen deze te gebruiken. SBG kan geen informatie ontvangen waarin het werkelijke zorgtrajectnummer van patiënten staat.

Let op: Indien bij een vervolg-DBC het zorgdomein wijzigt, moet u bij SBG een nieuw zorgtraject aanleveren. Daarom is het advies om aan het zorgtrajectnummer standaard de zorgdomeincode te koppelen.

ZZP- en DBBC-trajecten ten behoeve van Argus

Als u voor Argus ook uw ZZP- en DBBC-trajecten aanlevert, moet u ook hiervoor een zorgtraject aanleveren. Bij de overgang van DBC naar ZZP start een nieuw zorgtraject.

Als zorgtrajectnummer kunt u het nummer van het ZZP-traject of DBBC-traject gebruiken of speciaal voor SBG een code genereren.

brambeheerder,ictmedewerkerdatatechnicus,implementatiemedewerker,levertdataaan,levertnoggeendataaan,onderzoeker,uitlegtoelichting
attribuut,zorgtraject

startdatumZorgtraject en einddatumZorgtraject

Laatst gewijzigd op: 15 december 2017

Voor DBC-, DBBC- en GBGGZ-trajecten zijn de start- en einddatum van het zorgtraject bekende gegevens. Deze gegevens worden bijvoorbeeld ook bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) aangeleverd. Staat het zorgtraject nog open, dan wordt het attribuut einddatumZorgtraject niet aangeleverd.

Bij ZZP-trajecten ontbreekt deze informatie en om startdatumZorgtraject en einddatumZorgtraject aan te leveren voor ZZP-trajecten gelden de volgende regels:

  • startdatumZorgtraject: de startdatumZorgtraject is de werkelijke begindatum van het verblijfscomponent van het indicatiebesluit(ZZP). Indien dit niet is vastgelegd, geldt de begindatum van het indicatiebesluit zelf.
  • einddatumZorgtraject: de einddatumZorgtraject is de werkelijke einddatum van het verblijfscomponent van het indicatiebesluit(ZZP). Indien dit niet is vastgelegd, geldt de einddatum van het indicatiebesluit zelf. Als het zorgdomein van een patiënt wijzigt binnen het ZZP-traject, sluit het zorgtraject met het oude zorgdomein en start een nieuw zorgtraject met het nieuwe zorgdomein. Als het verblijf nog niet is afgesloten op het moment dat de SBG-aanlevering wordt vormgegeven, dan wordt geen einddatumZorgtraject aangeleverd.

Een voorbeeld:

Vanaf 08-01-2015 verblijft een patiënt met een ZZP-traject in een instelling. Op 01-06-2016 wijzigt het zorgdomein. Op 01-12-2017 wordt een aanlevering met Argusdata vormgegeven. Op dat moment verblijft de patiënt nog steeds in de instelling.

Voor deze patiënt worden twee zorgtrajecten aangemaakt:

  • Zorgtraject A heeft als startdatumZorgtraject 08-01-2015 en als einddatumZorgtraject 31-05-2016
  • Zorgtraject B heeft startdatumZorgtraject 01-06-2016 en geen einddatumZorgtraject
ictmedewerkerdatatechnicus,levertdataaan,levertnoggeendataaan,uitlegtoelichting
argus,attribuut,dbbctraject,zorgtraject,zzptraject

Locatiecode

Laatst gewijzigd op: 15 december 2017

De locatiecode is bepalend voor de wijze waarop de organisatie in BRaM wordt getoond. Levert u alle DBC’s zonder locatiecode aan, dan ziet u alle gegevens alleen onder het hoofdniveau in BRaM. Levert u wel locatiecodes aan dan ziet u deze gegevens ook in hun hiërarchie terug in BRaM.

Het is aan de zorgaanbieder om afspraken te maken op welke wijze de organisatie naar de SBG informatie wil kijken. Achtergrondinformatie over dit onderwerp vindt u hier.

Wijzigingen in de tijd

De locatiecode wordt geregistreerd op zorgtrajectniveau, niet op DBC-trajectniveau. Het feit dat deze eigenschap op zorgtrajectniveau wordt geregistreerd, betekent dat dit in de loop van de tijd kan wijzigen. Zo kan een patiënt van afdeling wisselen, waarmee de locatiecode wijzigt.

Bij elke aanlevering wordt de locatiecode telkens opnieuw meegeleverd. Hierdoor kan de locatiecode ook op een gegeven moment gewijzigd aangeleverd worden. In de database zal de locatiecode van het zorgtraject daarmee ook wijzigen.

Omdat de database van SBG gegevens historisch opslaat betekent dit feitelijk dat de database weet dat het initiële DBC-traject hoort bij het zorgtraject waarvan de locatie toen de aangeleverde locatie was. En weet ook dat het vervolg DBC-traject hoort bij dat zorgtraject terwijl er nu misschien een andere locatie is.

Dus als de locatiecode wijzigt, kan de instelling doorgaan met het aanleveren op de gebruikelijke manier en nu met de gewijzigde locatiecode.

Initiële aanleveringen locatiecode

Bij de allereerste aanlevering is meestal sprake van het eenmalig aanleveren van een langere periode aan data dan de gebruikelijke drie maanden. In dat geval wordt niet ‘real time’ aangeleverd, maar vindt eenmalig in retrospectief een data dump plaats. Hierdoor kan altijd maar één locatiecode aan een zorgtraject meegegeven worden die voor alle onderliggende DBC-trajecten geldt.

Indien een initieel en een vervolg-DBC op een andere locatie zijn uitgevoerd, kan dat dus niet zodanig worden aangeleverd. De zorgaanbieder moet dan een keuze maken: of de locatie van het initiële of van het vervolg-DBC wordt gebruikt.

Kleine verschillen
Gevolg hiervan is dat de data die in het eerste bestand worden aangeleverd, kleine verschillen op locatieniveau kunnen vertonen met de werkelijkheid. Op hoofdniveau kloppen de aantallen en daarmee de percentages altijd. Vanaf het moment dat de maandelijkse aanleveringen op gang komen, gaat het aanleveren van locatiecodes bij wisselende locaties van initieel en vervolg-DBC goed.

Ondanks de afwijkingen die bij frequent wisselen van locatiecode tussen DBC’s, die onder één zorgtraject vallen, ontstaan, blijft het goed mogelijk om binnen afdelingen en teams naar verschillen te kijken, oftewel intern benchmarken. Indien voor u deze afwijkingen met de werkelijkheid op locatieniveau in de initiële aanlevering niet acceptabel zijn, adviseert SBG om bij de initiële aanlevering nog geen locatiecodes mee te geven en bij de reguliere maandelijkse aanlevering pas de locatiecode toe te voegen.

brambeheerder,ictmedewerkerdatatechnicus,implementatiemedewerker,levertdataaan,levertnoggeendataaan,onderzoeker,uitlegtoelichting
attribuut,locatiecode,zorgtraject

Primaire diagnosecode

Laatst gewijzigd op: 15 december 2017

De psychiatrische hoofddiagnose kan nog aangeleverd worden op het niveau van DSM-IV voor zorgtrajecten met een startdatum t/m 31-12-2017. Het gaat hier om de AsI of AsII diagnose die de patiënt bij aanvang van de behandeling had en welke de basis vormt van de behandeling (AsIII en AsIV diagnoses kunnen niet dienen als hoofddiagnose). Voor zorgtrajecten met een startdatum vanaf 01-01-2017 kan de primaire diagnosecode ook aangeleverd worden op het niveau van DSM-5. Voor zorgtrajecten met een startdatum vanaf 01-01-2018 is dit verplicht.

Voor de hoofddiagnose kan slechts één diagnose worden aangeleverd. Hierbij worden de spelregels van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) aangehouden

brambeheerder,ictmedewerkerdatatechnicus,implementatiemedewerker,levertdataaan,levertnoggeendataaan,onderzoeker,uitlegtoelichting
attribuut,zorgtraject

GAF-score

Laatst gewijzigd op: 01 maart 2018

De Global Assessment of Functioning (GAF) is de schaal waarop het algemene functioneren wordt vastgelegd, AsV in de DSM-IV of als los attribuut bij de DSM-5. Het gaat om het functioneren ten tijde van assessment, dus gelijktijdig met de andere aangeleverde diagnoses bij de start van het zorgtraject. 

Een hogere GAF-score betekent dat de patiënt minder psychische en/of sociale problemen heeft. Men kan een GAF-score opgeven van 1 t/m 100. Let op: een GAF-score van 0 bestaat wel, en betekent dat er onvoldoende informatie is voor een GAF-beoordeling. Deze waarde kan niet aangeleverd worden bij SBG. De GAF-score kan ook geregistreerd worden in tien onderscheidende categorieën van psychische en/of sociale problemen. Elke categorie behelst hierbij één tiental scores van de GAF-scoreschaal.

Wordt de GAF-score in categorieën geregistreerd, lever dan bij SBG het gemiddelde van de categorie aan, afgerond naar beneden. Bijvoorbeeld wanneer de GAF-score geregistreerd is onder de categorie die loopt van 31 t/m 40, lever dan als GAF-score 35 bij SBG aan.

brambeheerder,ictmedewerkerdatatechnicus,implementatiemedewerker,levertdataaan,levertnoggeendataaan,onderzoeker,uitlegtoelichting
attribuut,zorgtraject

Nevendiagnose

Laatst gewijzigd op: 15 december 2017

De classificatie van de volledige diagnose volgens de DSM-IV (voor zorgtrajecten met een startdatum t/m 31-12-2017) of DSM-5 (voor zorgtrajecten met een startdatum vanaf 01-01-2017) die de patiënt bij aanvang van de behandeling had (exclusief de primaire diagnose waarvoor een apart veld bestaat). Hierbij worden de spelregels van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) aangehouden. Let op: bij DSM-IV coderingen, lever dan alle assen aan (As-I, As-II, As-III en As-IV).

brambeheerder,ictmedewerkerdatatechnicus,implementatiemedewerker,levertdataaan,levertnoggeendataaan,onderzoeker,uitlegtoelichting
attribuut,zorgtraject
top