Stichting Benchmark GGZ

Toon het menu Verberg het menu
Minimale Dataset

Hier vindt u informatie over welke gegevens zorgaanbieders maandelijks bij SBG aanleveren.

Zorgdomeinen bepalen

Laatst gewijzigd op: 01 maart 2018

Als u het zorgdomein wilt bepalen, dan luidt veruit de belangrijkste vraag die u zich moet stellen:

‘Op welke wijze dient de prestatie van dit traject inhoudelijk geëvalueerd te worden?’

De keuze voor een zorgdomein hangt dus af van de aard van de behandeling, het behandeldoel en de aard van de problemen van de patiënt.

SBG heeft met de indeling in zorgdomeinen getracht een zo goed mogelijke match te realiseren tussen de methodiek van de benchmark en de wijze waarop zorg in de GGZ is georganiseerd en de wijze waarop ROM daarop aansluit.

Voor het bepalen van het zorgdomein dient u dan ook in eerste instantie te kijken naar de organisatiestructuur van uw instelling en de wijze waarop u daarbij ROM heeft geïmplementeerd. In de meeste gevallen heeft een instelling een organisatiestructuur die gericht is op groepen behandelingen/patiënten, met aparte afdelingen voor volwassenen en voor ouderen. In dat geval kan het beste deze organisatorische structuur gevolgd worden bij het kiezen van een zorgdomein. DBC-trajecten die uitgevoerd worden op de afdeling voor curatieve ambulante behandeling van angststoornissen vallen dan bijvoorbeeld onder het zorgdomein 'Volwassenen cure’.

In bijgaande tabel kunt u zien welke soort behandelingen bij welke zorgdomeinen horen. Deze tabel kunt u gebruiken voor het linken van uw afdelingen aan de SBG-zorgdomeinen.

Zorgdomein Beoogde prestatie
Volwassenen cure Curatieve zorg. Prestaties binnen dit zorgdomein wordt primair afgemeten aan de reductie van klachten en symptomen.
Volwassenen EPA Ernstige Psychiatrische Aandoeningen, waarbij het primaire behandeldoel doorgaans meer care is dan cure. Prestaties richten zich primair op het functioneren van de patiënt.
Kinderen en Jeugd Vanaf 2018 geen onderdeel meer van SBG MDS
Verslaving cure (2) Het behandelen van verslavingsproblematiek met daarin overwegend behandelingen die primair gericht zijn op stoppen of minderen van problematisch middelengebruik of problematisch gokgedrag (3). Dit correspondeert met behandelingen volgens de niveaus 1 t/m 3 uit het indicatiestellings- en toewijzingsprotocol (5).
Verslaving chronisch (2) Het behandelen van verslavingsproblematiek met daarin overwegend behandelingen die primair gericht zijn op stabilisatie van primaire verslavingsproblemen én verbetering dan wel stabilisatie van het functioneren van de verslaafde (4). Dit correspondeert met behandelingen volgens niveau 4 uit het indicatiestellings- en toewijzingsprotocol (5).
Gerontopsychiatrie (6) Curatieve GGZ zorg bij ouderen.
Psychogeriatrie (6) Dementiezorg, voornamelijk maar niet uitsluitend bij ouderen.
Dyslexie Vanaf 2018 geen onderdeel meer van SBG MDS
Forensische psychiatrie Behandelingen gericht op het reduceren van het gevaarsrisico van de patiënt.

(2)  Zie notitie  ‘Uitkomsten van verslavingszorg bepalen’ voor handvatten omtrent het onderscheid Verslaving cure en Verslaving chronisch.

(3) Schippers, G.M., Smeerdijk, M., and Merkx, M.J.M. (2014). Handboek CGT bij middelengebruik en gokken. Utrecht: Perspectief uitgevers.

(4) van den Brink, W. (2005). Verslaving, een chronisch recidiverende hersenziekte. Verslaving, 1(2), 47-53.

(5) de Wildt, W. and M. Schramade (2002). Module indicatiestelling en trajecttoewijzing. Ontwikkelcentrum Kwaliteit en innovatie van zorg, Resultaten Scoren GGZ Nederland: Amersfoort.

(6) ‘Leeftijd’ alleen is onvoldoende indicatie voor de zorgdomeinbepaling tussen volwassenen en ouderen.

Sommige instellingen hebben geen aparte ouderenafdeling en behandelen 65 -patiënten als volwassenen. Deze DBC-trajecten moeten dan aangeleverd worden onder de zorgdomeinen ‘Volwassenen cure’ of ‘EPA’.

behandelaar,brambeheerder,ictmedewerkerdatatechnicus,implementatiemedewerker,levertdataaan,levertnoggeendataaan,onderzoeker,uitlegtoelichting,zorgverzekeraar
zorgdomein
top