Stichting Benchmark GGZ

Toon het menu Verberg het menu
Benchmarken

Hier vindt u uitleg over wat benchmarken is, welk onderzoek wordt gedaan om de benchmark te verbeteren, welke trainingen SBG aanbiedt voor het gebruik van de benchmarkgegevens en welke pilots SBG met het GGZ veld uitvoert.

Benchmark pilots

Laatst gewijzigd op: 23 april 2018

In pilotprojecten doen zorgverzekeraars en zorgaanbieders ervaring op met benchmarkresultaten. Het doel is dat zorgaanbieders van elkaar leren door te kijken naar onderlinge verschillen in procesfactoren (“wat doe je”), structuurfactoren (“waarmee doe je het”) en behandeluitkomst (“wat levert dat op”). Zie Bronnen voor verschillen in behandeluitkomsten

De eerdere pilots

Een eerste benchmarkpilot werd door Achmea georganiseerd en bleef beperkt tot het vergelijken van uitkomsten van de behandeling van depressie. In een latere fase zijn daar angststoornissen aan toegevoegd. Er kwamen aanzienlijke verschillen in meetrespons, in gemiddelde behandelduur en in behandeluitkomst aan het licht tussen de zes deelnemende instellingen.

Onderzoek naar meetinstrumenten bracht aan het licht dat een deel van het verschil in uitkomst tussen instellingen werd verklaard door de gebruikte vragenlijst. Er was met name verschil tussen uitkomsten volgens de DASS-21 en de CORE-OM.

De invloed van case mix variabelen (demografische en klinische kenmerken van patiënten) op behandeluitkomst bleek slechts gering, met uitzondering van de hoogte van de score van de voormeting: hoe ernstiger de klachten of symptomen bij de voormeting, des te ernstiger ze zijn bij de nameting, maar ook des te groter de Delta T. Dit laatste valt te verklaren met de “law of initial value” (bij een hogere beginscore is er meer ruimte voor verbetering). Deze pilot resultaten hebben zeer geholpen om een eerste casemixcorrectie model 1.0 op te stellen.

In de pilot met een deel van de SynQuest instellingen, is de representativiteit van de aangeleverde uitkomstgegevens onderzocht door ‘completers’ (DBC’s met zowel een voor- als een nameting) te vergelijken met de niet evalueerbare DBC’s (DBC’s met ontbrekende voor- en /of nameting). De vergelijking was gericht op de patiëntkenmerken. Als zo’n vergelijking geen grote verschillen aan het licht brengt, dan is er in ieder geval geen sprake van selectie op patiëntkenmerken. Uit de analyses kwamen geen systematische verschillen naar voren tussen evalueerbare en niet-evalueerbare DBC’s. Het onderzoek bracht verder opnieuw substantiële verschillen aan het licht tussen instellingen in behandelduur en behandeluitkomst.

De pilot met instellingen voor verslavingszorg, wees uit dat er gebrek aan goede informatie was op het primaire meetdomein “gebruik”. De pilot heeft een stimulans gegeven aan het veld om registratie van gebruik uniformer te organiseren. Er is vervolgens gekeken nar onderlinge verschillen in afname van zelf gerapporteerde klachten en er is een eerste aanzet gedaan tot het vergelijken van behandelinspanningen.

Een derde pilot met zes instellingen en een zorgverzekeraar is inmiddels ook afgerond. In deze pilot kwamen aanzienlijke verschillen naar voren in procesvariabelen (duur en intensiteit van de geboden behandeling verschilt een factor 2) en uitkomsten (Delta T verschilt een factor 2 tussen instellingen). Onderzoek naar de relatie tussen patiëntkenmerken en behandeluitkomst wees opnieuw uit dat het niveau van klachten bij de voormeting de belangrijke voorspeller is van uitkomst. Andere patiënt kenmerken speelden een ondergeschikte rol en verklaren weinig variantie in uitkomst.

Aanbeveling uit de pilots

Deze pilots helpen om het gesprek over verschillen in behandeluitkomsten tussen zorgaanbieders onderling en met zorgverzekeraars op gang te brengen. De data-analyses helpen om de achtergronden van de uitkomsten beter te begrijpen en heeft tot een aantal concrete aanbevelingen geleid:

  1. Uitkomstvariatie ten gevolge van gebruik van verschillende meetinstrumenten komt transparantie over prestaties niet ten goede en is ook niet nodig als we in de GGZ besluiten om binnen een meetdomein allemaal hetzelfde instrument te gebruiken. Samen met expertraden wordt voor alle meetdomeinen hieraan gewerkt. Voor Volwassenen Cure is besloten de meetinstrumenten terug te brengen tot drie: OQ-45, BSI en SQ-48.
  2. Wanneer rekening wordt gehouden met case mix verschillen komt in sommige gevallen bij de onderlinge vergelijking van instellingen een ander beeld naar voren. SBG heeft daarom een eerste aanzet tot case mix correctie ingebouwd in BRaM. Hiertoe toont BRaM naast de behaalde uitkomst (Delta T) ook de te verwachten uitkomst, gezien de case mix van de instelling.
  3. Onderzoek naar proces variabelen geeft aan dat er forse variatie is tussen instellingen in behandelintensiteit en duur. De combinatie van uitkomst- en procesinformatie is een veelbelovende prestatie-indicator voor de doelmatigheid van zorg in de GGZ. We gaan nader onderzoeken hoe de uitkomstinformatie op verantwoorde wijze verrijkt kan worden met procesinformatie.
bestuurmanagerbeleidsmed,onderzoeker,wetenschappelijk,zorgverzekeraar
benchmarken,onderzoek
top