Stichting Benchmark GGZ

Toon het menu Verberg het menu
Benchmarken

Hier vindt u uitleg over wat benchmarken is, welk onderzoek wordt gedaan om de benchmark te verbeteren, welke trainingen SBG aanbiedt voor het gebruik van de benchmarkgegevens en welke pilots SBG met het GGZ veld uitvoert.

Verschillende meetinstrumenten

Laatst gewijzigd op: 15 februari 2015

In de GGZ worden veel verschillende meetinstrumenten gebruikt voor de benchmark. Het voordeel daarvan is dat de benchmark dicht bij de klinische praktijk blijft. Een nadeel is dat resultaten op verschillende lijsten niet altijd met zekerheid met elkaar vergeleken kunnen worden. Om de scores die zijn verkregen op verschillende vragenlijsten zinvol met elkaar te vergelijken moet er worden voldaan aan drie voorwaarden.

algemeen,behandelaar,bestuurmanagerbeleidsmed,huisartspohggz,onderzoeker,uitlegtoelichting,vrijgevestigde,zorgverzekeraar
benchmarken,meetinstrument,vergelijken

Meetpretentie

Laatst gewijzigd op: 15 december 2017

Om resultaten op basis van verschillende instrumenten met elkaar te kunnen vergelijken is een eerste en voor de hand liggende vereiste dat de instrumenten hetzelfde meten. De mate waarin instrumenten hetzelfde meten wordt meestal uitgedrukt in een correlatiecoëfficiënt. Idealiter komen instrumenten onderling tot precies dezelfde conclusie bij dezelfde patiënt met een correlatie van 1.0. In de praktijk blijken instrumenten met dezelfde meetpretentie vaak ongeveer 0.8 te correleren, wat enerzijds wordt geaccepteerd als een hoge mate van samenhang, maar anderzijds in 36 procent onverklaarde variantie resulteert.

algemeen,behandelaar,bestuurmanagerbeleidsmed,onderzoeker,vrijgevestigde,wetenschappelijk,zorgverzekeraar
benchmarken,meetinstrument,vergelijken

Gevoeligheid voor verandering

Laatst gewijzigd op: 15 december 2017

SBG werkt niet alleen met de scores van de instrumenten zelf, maar met verschilscores tussen de voormeting en de nameting. In sommige gevallen geven andere instrumenten ook andere verschilscores. Als twee instrumenten bijvoorbeeld verschillen in kenmerken die betrekking hebben op het herhaaldelijk meten met dezelfde lijst, kan dat ook leiden tot verschillen in behandeleffect die toe te schrijven zijn aan het instrument. Het gebruiken van meerdere instrumenten kan daarom alleen, indien beide instrumenten dezelfde gevoeligheid voor verandering bezitten. Dit wordt equivalente responsiviteit genoemd.

Het vaststellen van een equivalente responsiviteit is een arbeidsintensief proces, omdat er van voldoende cliënten zowel een beginmeting als een vervolgmeting verkregen moet worden met de te vergelijken instrumenten.

algemeen,behandelaar,bestuurmanagerbeleidsmed,huisartspohggz,onderzoeker,vrijgevestigde,wetenschappelijk,zorgverzekeraar
benchmarken,meetinstrument,vergelijken

Gemeenschappelijke meetschaal

Laatst gewijzigd op: 15 december 2017

Als de instrumenten een gelijke meetpretentie en responsiviteit bezitten is het nodig dat de scores uit het instrument onderling vergelijkbaar worden gemaakt.

Instrumenten kennen namelijk vaak een andere meetschaal. Zo drukt de General Severity Index van de BSI (de totaal score op de lijst) de ernst van de psychopathologie uit in een score tussen 0 en 4, terwijl de SCL-90 een scorerange van 90 tot 450 kent. Dit is vergelijkbaar met het uitdrukken van temperatuur in graden Celsius of Fahrenheit. Net zoals temperatuurverschillen gemeten in Celsius en Fahrenheit onderling niet vergelijkbaar zijn en teruggebracht moeten worden naar een gemeenschappelijke maat, moeten de scores op meetinstrumenten ook met elkaar in overeenstemming gebracht worden.

SBG hanteert hiervoor de genormaliseerde T-score als instrumentvrije meetschaal. T-scores zijn een standaardiserende transformatie van ruwe scores, zodanig dat de resulterende score een gemiddelde waarde van 50 en een standaarddeviatie (SD) van 10 heeft (1). Na transformatie zijn zowel de ruwe scores van verschillende instrumenten onderling vergelijkbaar en is het rekenkundig toegestaan om verschillen te berekenen tussen voor en nametingen: een verschuiving van 60 naar 50 is even groot als een verschuiving van 50 naar 40.

Om de omrekenformule vast te stellen (kalibreren) is er een voor de GGZ-populatie representatieve steekproef nodig van voormetingen. De kalibratiesteekproef dient minimaal te bestaan uit duizend cliënten, van tenminste drie verschillende instellingen. Geen van de instellingen mag meer twee derde van de totale steekproef vormen. Bovendien moeten de verdeling van de typen instellingen overeenkomen met de werkelijke verdeling in de GGZ.

(1) Dit wordt bereikt door de ruwe score om te zetten in een (genormaliseerde) standaard- of z-score en deze met 10 te vermenigvuldigen en er 50 bij op te tellen. Een z-score wordt berekend door de ruwe score van een respondent te verminderen met de gemiddelde score die geldt voor de schaal en deze waarde te delen door de standaardafwijking.

algemeen,behandelaar,bestuurmanagerbeleidsmed,huisartspohggz,onderzoeker,vrijgevestigde,wetenschappelijk,zorgverzekeraar
benchmarken,meetinstrument,tscore,vergelijken
top