Stichting Benchmark GGZ

Toon het menu Verberg het menu
Benchmarken

Hier vindt u uitleg over wat benchmarken is, welk onderzoek wordt gedaan om de benchmark te verbeteren, welke trainingen SBG aanbiedt voor het gebruik van de benchmarkgegevens en welke pilots SBG met het GGZ veld uitvoert.

Publicaties

Laatst gewijzigd op: 23 april 2018

Hieronder een lijst met (grotendeels wetenschappelijke) publicaties die relevant zijn voor de doelstellingen van SBG. De discussie over Benchmarken in het Tijdschrift voor Psychiatrie in 2012 en de discussie over ROM in het Maandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid zijn hier terug te vinden. 

De lijst is zeker niet uitputtend: er is met name over ROM veel meer gepubliceerd dan in deze lijst is opgenomen. De publicaties zijn in chronologische volgorde weergegeven.

Tevens zijn er in Nederland twee geredigeerde boeken verschenen over ROM: 

  • Buwalda, V. J. A., Nugter, M.A., Swinkels, J. A., Mulder, C. L. (redactie) (2011). Praktijkboek ROM in de ggz: Een leidraad voor gebruik en implementatie van meetinstrumenten. Amsterdam, de Tijdstroom. ISBN 9789058981851.
  • Van Hees, S. van der Vlist, P. Mulder, N. (redactie) (2011). Van meten naar weten: ROM in de GGZ. Amsterdam: Boom Cure en Care. ISBN 9789461056733. 

Het Tijdschrift voor Psychiatrie heeft in februari 2012 een themanummer aan ROM gewijd.

Publicaties

33. M. BLANKERS, M. BARENDREGT, J.J.M. DEKKER (2016), Meetvariatie als bron van bias bij het benchmarken met verschillende ROM-instrumentenTijdschrift voor Psychiatrie 58(2016)1, 55-60

32. Marc Verbraak, Suus Theuws & Cara Verdellen (2015), ROM en benchmarkenEen voorbeeld van een geïntegreerde aanpak, Directieve therapie jaargang 35 nummer 2 2015

Routine Outcome Monitoring (ROM) staat in de ggz sterk in de belangstelling. De implementatie van ROM is in een stroomversnelling geraakt door de interesse van de zorgverzekeraars in geaggregeerde ROM-gegevens. De ambitie om ROM-gegevens voor benchmarken te gebruiken heeft ook tot veel discussie geleid, waarin de nuance wel eens verloren gaat. Er wordt gewaarschuwd voor mogelijk negatieve effecten op de validiteit van de ROM-gegevens (gaming), onwenselijke doeleinden van benchmarken ('uitkomstbekostiging') en tekortschietende methodologische verantwoording van de benchmarkmethodiek ('datakerkhof'). Dit heeft het draagvlak voor ROM onder behandelaars verminderd. ROM dreigt nu vooral te worden toegepast omdat het moet, en niet als een wezenlijk onderdeel van de behandeling. In dit artikel wordt betoogd dat de tegenstelling tussen ROM en benchmarken illusoir en contraproductief is. ROM en benchmarken kunnen juist prima samengaan en elkaar versterken als maatregelen die de behandeling ondersteunen en op een kwalitatief hoger plan kunnen brengen. Om deze stelling te illustreren worden ervaringen beschreven die zijn opgedaan in een middelgrote instelling met de succesvolle integratie van geprotocolleerd evidence-based behandelen, ROM en benchmarken.

31. M.Barendregt, Benchmarken en andere functies van ROM: back to basicsTijdschrift voor Psychiatrie 57(2015)7, 517-525

Sinds 2011 wordt in de Nederlandse ggz op landelijke schaal uitkomstgegevens verzameld. Dit heeft tot verwarring geleid over welke positie benchmarken inneemt ten opzichte van Routine Outcome monitoring (ROM).

In dit artikel wordt inzicht verschaft in verschillende doelstellingen en gebruik van geaggregeerde uitkomstgegevens. Benchmarken is een strategie voor het vinden van best practices en het vergroten van de effectiviteit en valt in het domein van kwaliteitsmanagement. Benchmarken gebruikt het vergelijken van uitkomstgegevens instrumenteel en is relatief tolerant ten aanzien van de validiteit van de data. Benchmarken moet onderscheiden worden van andere functies van ROM. Clinical management, maatschappelijke verantwoording, onderzoeken, uitkomstbekostiging, keuze-informatie voor patiënten en benchmarken zijn activiteiten die zowel een andere manier van terugkoppeling van data vergen als verschillende eisen stellen aan de validiteit van de onderliggende data. Benchmarken wordt ten onrechte vaak te beperkt gezien als alleen het vergelijken van instellingen. Het is echter een veel meer omvattende methode van kwaliteitsverbetering en kent relatief soepelere criteria ten aanzien van de validiteit dan uitkomstbekostiging en keuze-informatie voor patiënten. Om te benchmarken zijn de huidig beschikbare uitkomstgegevens goed te gebruiken.

30. van der Wees, Ph. J. Nijhuis-van der Sanden, M. W. G., Ayanian, J. Z., Black, N., Westert, G. P., Schneider, E. C. (2014). Integrating the use of patient-reported outcomes for both clinical practice and performance measurement: views of experts from 3 countries. The Milbank Quaterly, 92, 754-775.

Patient-reported outcomes (PROs) can play an important role in patient-centered health care by focusing on the patient’s health goals guiding therapeutic decisions. When aggregated, PROs also can be used for other purposes, including comparative effectiveness research, practice improvement, assessment of the performance of clinicians and organizations, and as a metric for value-based payments. Data collection approaches that support the use of PROs in health care are underdeveloped, need better integration with clinical care, and must be tailored to the characteristics of the health care system. Enabling the sustainable use of PROs will require a shared vision of clinical professionals, purchasers, and patients, with a prudent selection of the steps in implementing PROs that will maximize their impact on the quality of health care.

29. Franx, G. (2014). Sturen op Resultaten: ROM in the USA. Maandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid, 69, 13 - 18.

Amerika kent schrijnende onderbehandeling van psychiatrische problemen, maar ook succesvolle verbetering in de ggz, zoals collaborative care voor milde en matige psychiatrische stoornissen. De rol die routinematig meten van behandelvoortgang daarin speelt, kan Nederland tot voorbeeld strekken.

28. de Beurs, E., Barendregt, M., Rogmans, B. Robbers, S., van Geffen, M., van Aggelen-Gerrits, M., & Houben, H. (2014). Denoting outcome in child and adolescent psychiatry: a comparison of continuous and categorical outcomes. European Journal of Child and Adolescent Psychiatry, 23, 1-11. 

Various approaches have been proposed to denote treatment outcome, such as the effect size of the preto- posttest change, percentage improvement, statistically reliable change, and clinical significant change. The aim of the study is to compare these approaches and evaluate their aptitude to differentiate among child and adolescent mental healthcare providers regarding their treatment outcome. Comparing outcomes according to continuous and categorical outcome indicators using real-life data of seven mental healthcare providers, three using the Child Behavior Checklist and four using the Strengths and Difficulties Questionnaire as primary outcome measure. Within each dataset consistent differences were found between providers and the various methods led to comparable rankings of providers. Statistical considerations designate continuous outcomes as the optimal choice. Change scores have more statistical power and allow for a ranking of providers at first glance. Expressing providers’ performance in proportions of recovered, changed, unchanged, or deteriorated patients has supplementary value, as it denotes outcome in a manner more easily interpreted and appreciated by clinicians, managerial staff, and, last but not least, by patients or their parents.

27. Hafkenscheid, A. & Van Os, J. (2014). Naar een deugdelijke ROM. Maandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid, 69, 20-28. Retrieved from: http://www.mgvonline.nl/artikelen/naar-een-deugedelijke-rom/

Willen we de kwaliteit van behandelingen meten als therapeutische interventie of willen we ermee benchmarken? Dat maakt nogal uit voor Routine Outcome Monitoring. Het huidige systeem levert misleidende conclusies op maar kan verbeterd worden door vijf voorwaarden te verwezenlijken

26 de Beurs, E. (2014). Naar een deugdelijke ROM (1). MGV-online. DOI: www.mgvonline.nl/artikelen/naar-een-deugedelijke-rom-1/

Een respons van de inhoudelijke directeur van SBG op het artikel van Hafkenscheid en Van Os (2014), waarin gepleit wordt om ROM ter ondersteuning van de behandeling en gebruik van geaggregeerde ROM gegevens voor kwaliteitsbeleid (benchmarken) niet tegenover elkaar te stellen, maar juist te koersen op een ROM methodiek waarmee beide doelen gediend worden. 

25. van Vugt Y. & van Vemde, H. (2013). ROM vraagt verandering van gedrag en cultuur. Kwaliteit in Zorg 3, 26–29.

De druk om inzicht te geven in de behandelresultaten door middel van ROM (Routine Outcome Monitoring) wordt opgevoerd in de GGZ. In 2012 moesten instellingen voor 30 procent van alle patiënten begin- en eindmetingen aanleveren aan de SBG (Stichting Benchmark GGZ). Dit percentage is niet gehaald volgens de SBG. Zorgverzekeraars gaan daarom financiële maatregelen treffen. Q-Consult heeft bij verschillende GGZ-instellingen onderzoek gedaan naar de kritieke succesfactoren en randvoorwaarden bij de implementatie van ROM. Wat zijn succes- en belemmerende factoren? En wat hebben instellingen nodig om ROM te integreren in het gehele behandelproces?

24. Franchimont, M. (2013). Benchmarken in de GGZ: leren van betekenisvol vergelijken. Psychopraktijk, 5(2), 30–34.

Beschreven wordt het doel van benchmarken in de GGZ en de relatie met Routine Outcome Monitoring.

Belangrijk is dat er appels met appels vergeleken kunnen worden, dat de gegevens betrouwbaar en valide zijn en de gegevens veilig zijn opgeslagen, zodat de privacy van patiënten is gewaarborgd. Zorgaanbieders, zorgverzekeraars en op termijn ook patiënten krijgen zicht op de effectiviteit van de GGZ. Het is een leerproces over hoe we hierover met elkaar in gesprek kunnen gaan.

23. de Beurs, E. (2013). Bij juist gebruik zijn DBC's wél geschikt voor benchmarken.Psychopraktijk, 5(6), 23-25.

Een reactie op het artikel van Hendriks in Psychopraktijk waarin wordt uitgelegd hoe een juiste toepassing van de DBC systematiek ertoe kan leiden dat men op klinisch passende momenten ROM metingen kan afnemen

22. de Beurs, E. & Emmelkamp, P. M. G. (2013). Routine Outcome Monitoring. In. P. Emmelkamp & K. Hoogduin (red.), Van mislukking naar succes in de psychotherapie (pp. 69-92). Amsterdam: Boom Cure & Care.

Een beschrijving van Routine Outcome Monitoring (ROM). ROM wordt vaak beschouwd als een nieuwe ontwikkeling in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) om op een gestandaardiseerde manier meetinstrumenten te gebruiken als hulpmiddel bij de behandeling. Maar dit is slechts ten dele waar. Reeds in de vorige eeuw werd in (cognitief-)gedragstherapeutische kringen gewezen op het belang van herhaald meten bij behandelingen (Calhoun & Resick, 1993; Emmelkamp, 1981). Dit gebeurde vaak, maar niet uitsluitend, bij gecontroleerde casestudies, waarbij systematisch elementen van de behandeling gevarieerd werden en de voortgang van de patiënt systematisch gemonitord werd.

21. Hayen, A.P., de Bekker, P. J. G. M., Ouwens, M. M. T. J., Westert, G. P., Jeurissen, P. P. T. (2013).No cure, no pay? Onderweg naar uitkomstbekostiging in de Nederlandse zorg; Huidige en toekomstige mogelijkheden. Nijmegen: Celsus.

De roep om uitkomstindicatoren is luid. Allereerst willen burgers, betalers van zorg en de overheid weten wat het resultaat van onze ‘dure’ zorg is. Wat is de toegevoegde waarde voor de patiënt? Is groei in de zorg te legitimeren, tegenover nulgroei in het onderwijs? Ook bereiken ‘ons’ verontrustende signalen van grote verschillen in kwaliteit en uitkomsten van gezondheidszorg; instellingen en medische professionals verschillen in hun prestaties. Er is een algeheel gevoelen dat de zorg onvoldoende transparant is en het moeilijk is om ‘goede zorg’ te kiezen.

Deze notitie bespreekt welke strategie uitzicht biedt op succesvolle toepassing van uitkomstbekostiging zonder dat dit sterft in schoonheid. 

20. Chavannes, M. (2012). Outputmeting in de psychiatrie deel van nieuw vooruitgangs geloof. NRC-Handelsblad van 7 april.

Column van Marc Chavannes in het NRC waarin hij zich kritisch uitlaat over uitkomstmeting in de GGZ: “Het nieuwe geloof voor niet- Mattheusdagen is gearriveerd. Het heet Random Output Meting (ROM) in de geestelijke gezondheidszorg. Dit ontkerstende volk schijnt niet zonder verstandsvrije zone te kunnen. De systeemprofeten pakken door: ROM is direct landelijk ingevoerd, met straf voor wie niet meedoet. Wie naar de psychiater gaat moet voortaan online invullen hoe het eerst voelde en of de behandeling hielp. De psychiater, vrij gevestigd of in een kliniek, moet er van leren. En dat is niet vrijblijvend, de zorgverzekeraars gaan aan de hand van alle ROM-gegevens vaststellen welke dokter en welke instelling effectieve zorg verleent. Wie achterblijft krijgt misschien geen contract. Grote instellingen worden met miljoenenboetes in het gareel geduwd.”

19. de Beurs, E., (2012).

Een reactie van Edwin de Beurs op deze column die niet werd geplaatst door het NRC, en die we in de nieuwsbrief van SBG opnamen.

18. Hafkenscheid, A. & van Os, J. (2013). Huidige ROM doet afbreuk aan valide kwaliteitsmeting. Tijdschrift voor Psychiatrie, 55, 179-181.

Reactie van Hafkenscheid en Van Os op de reactie van de WR van SBG

17. Os, J., Kahn, R., Denys, D., Schoevers, R. A., Beekman, A. T., Hoogendijk, W. J., van Hemert, A.M. Hodiamont, P. P. G., Scheepers, F., Delespaul, Ph.A.E.G., Leentjen, A. F. G. (2012). ROM: Gedragsnorm of dwangmaatregel? Tijdschrift voor Psychiatrie, 54, 245-253

Een kritisch stuk van elf hoogleraren die hun zorg uitspreken over Benchmarken.

16. Blijd-Hoogewys, E., van Dyck, R., Emmelkamp, P., Mulder, N., Oude Voshaar, R. C., Schippers, G., Vermeiren, R. (2012). Benchmarken is 'work in progress'.Tijdschrift voor Psychiatrie, 54, 1031-1038.

Reactie van de Wetenschappelijke Raad van SBG op het stuk van Van Os et al.

15. Bruinsma, C. L., Verbraak, M. J. P. M., & Verbraak, P. (2012). Transparantie in GGZ gebaat bij ROM en benchmarking. Tijdschrift voor Psychiatrie, 54, 254-256.

Reactie van het Bestuur van SBG op het stuk van Van Os et al. in het Tijdschrift voor Psychiatrie.

14. Laane, R. & Luijk, R. (2012) ROM en de positie van zorgverzekeraars.Tijdschrift voor Psychiatrie, 54, 135-139

Achtergrond: Tot 2008 vielen de vergoedingen van de geestelijke gezondheidszorg onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Zorgverzekeraars beschouwden de ggz als een ‘black box’. Toen in 2008 de ggz overgeheveld werd naar de basisverzekering werden zorgverzekeraars verantwoordelijk voor de inkoop hiervan. In hetzelfde jaar startte de ggz met het meten van effect van de behandeling via routine outcome monitoring (ROM) om de kwaliteit van zorg te verbeteren. doel Verhelderen op welke manier zorgverzekeraars gebruikmaken van ROM. Methode: Beschrijven van de ontwikkelingen op dit gebied. Resultaten: De feedback die ROM oplevert, stelt behandelaren in staat de behandeling te verbeteren. In aanvulling hierop wordt het voor GGZ-organisaties ook mogelijk om op geaggregeerd niveau kwaliteit te verbeteren en zichzelf met anderen te vergelijken. Op een nog hoger niveau kan ROM voor zorgverzekeraars ook kwaliteitsinformatie bieden in combinatie met de Consumer Quality Index (CQi) en kunnen er landelijke benchmarks worden uitgevoerd. Om de interpretatie van deze ROM-gegevens mogelijk te maken richtten de zorgverzekeraars een onafhankelijke stichting op, waaraan sinds 2010 ook GGZ Nederland deelneemt. Conclusie: ROM biedt voor behandelaren een middel tot kwaliteitsverbetering en voor verzekeraars een middel om uitspraken te kunnen doen over kwaliteit van de GGZ op geaggregeerd niveau.

13. Nugter, A., & Buwalda, V. (2012). Achtergronden en gebruiksmogelijkheden van ROM in de ggz. Tijdschrift voor Psychiatrie, 54, 111-120.

Achtergrond: In dit artikel beschrijven wij de ontwikkelingen op het gebied van kwaliteitszorg en wetenschappelijk onderzoek die hebben geresulteerd in een wereldwijde aandacht voor Routine Outcome Monitoring (ROM). Doel: Inzicht geven in de betekenis van ROM voor de Nederlandse GGZ. methode Gebruik is gemaakt van wetenschappelijke literatuur over onderzoek, kwaliteit, meetinstrumenten en implementatie. Resultaten: ROM betekent het routinematig gebruiken van meetinstrumenten om uitkomsten van behandelingen te meten, ook tussentijds. Dit kan worden beschouwd als de checkfase van de ‘plan-do-check-act’-cyclus. Inhoudelijke, wetenschappelijke en praktische criteria liggen ten grondslag aan de keuze van meetinstrumenten. ROM kan op vier manieren worden ingezet: voor de behandeling van individuele patiënten, om beleid te toetsen, voor benchmarking en voor onderzoek. Voor de implementatie is een gecombineerde top-down-, bottom-up benadering te prefereren boven hetzij een top-down-, hetzij een bottom-up aanpak. conclusie Door de systematiek en de aggregatiemogelijkheden kan ROM de ggz veel bieden.

12. Carlier I. V., Meuldijk, D., van Vliet, I. M. van Fenema, E. M., van der Wee, N. J., & Zitman, F. G., (2012). Empirische evidence voor de effectiviteit van routine outcome monitoring; een literatuuronderzoek. Tijdschrift voor Psychiatrie, 54, 121-128.

Achtergrond: Routine Outcome Monitoring (ROM) is een belangrijk kwaliteitsinstrument om effecten van behandeling zichtbaar te maken en wordt landelijk geïmplementeerd in de Nederlandse ggz. Doel: Evalueren van de wetenschappelijke stand van zaken betreffende de effectiviteit van ROM voor diagnostiek, behandeling en andere uitkomsten. Methode: Literatuuronderzoek in PubMed, Medline, Psycinfo en Embase Psychiatry (1975-2009) naar gerandomiseerde gecontroleerde trials (RCT’s) van ROM bij alle leeftijdsgroepenpatiënten (algemeen en ggz). De voornaamste zoektermen waren ‘routine outcome monitoring’ c.q. ‘routine outcome measurement’. Resultaten: Er werden 52 RCT’s geïncludeerd betreffende ROM bij volwassen patiënten. Hiervan waren 45 RCT’s gericht op psychische klachten, zij het niet altijd in een psychiatrische\ setting of als primaire uitkomstmaat. Er bleken positieve effecten van ROM op de diagnostiek en behandeling, en op de communicatie tussen patiënt en behandelaar. Andere uitkomsten waren minder eenduidig. Conclusie: ROM blijkt vooral effectief voor het monitoren van behandelingen die onvoldoende aanslaan. Nader onderzoek is nodig naar de klinische effectiviteit en de kosteneffectiviteit van ROM in zowel de volwassenen- als de kinder- en jeugdpsychiatrie.

11. Noom, M.J., de Jong, K., Tiemens, B., Kamsteeg, F., Markus, M. T., Pot, A. M., Schippers, G. M., Swildens, W., Sytema, S., Theunissen, J., Van der Vlist, H. P., Vuyk, L., & Zondervan, T. (2012). Routine outcome monitoring en benchmarking: hoe kunnen we behandelresultaten op een zorgvuldige manier vergelijken?Tijdschrift voor Psychiatrie, 54, 141-145.

Knelpunten worden beschreven die kunnen ontstaan bij het vergelijken van instellingen en oplossingsrichtingen voor deze knelpunten worden aangedragen. Daarbij staat centraal dat het werken met ROM een groeiproces is, waarbij men experimenteert met verschillende oplossingsrichtingen en op basis van ervaringen definitieve keuzes maakt. Het is leerzaam om instellingen te vergelijken, zowel onderling als met ‘best practices’ (benchmarking). Instellingen verschillen echter in cliëntenpopulaties, meetprocedures en instrumentarium. Een zinvolle vergelijking is op termijn toch mogelijk.

10. Janssen, R. T. J. M. & Busschbach, J. J. V. (2012). Op weg naar gepaste geestelijke gezondheidszorg.Economisch Statistische Berichten, 97(4644), 81-86.

In de geestelijke gezondheidszorg wordt gewerkt aan meer kosteneffectiviteit door diagnose-behandel-combinaties te koppelen aan routinematige uitkomstenmeting. Door de uitkomsten op individueel niveau terug te koppelen is een verdere verhoging van effectiviteit te verwachten

9. de Beurs, E., Barendregt, M., Flens, G., van Dijk, E, Huijbrechts, I., & Meerding, W. J. (2012). Equivalentie in responsiviteit van veel gebruikte zelfrapportage meetinstrumenten in de geestelijke gezondheidszorg. Maandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid, 67, 259-264.

Om te weten of een behandeling aanslaat, laten behandelaars hun patiënten vragenlijsten invullen. Er zijn verschillende vragenlijsten in omloop die vermindering van klachten meten. Ze blijken echter niet allemaal even gevoelig of ‘responsief’ te zijn. De resultaten zijn niet zonder meer onderling vergelijkbaar.

8. de Beurs, E. (2011). Benchmarken: kansen en valkuilen. In S. van Hees, P. van der Vlist, & N. Mulder (red.). Van weten naar meten: ROM in de GGZ (pp. 227-239). Amsterdam: Boom Uitgeverij.

Een hoofdstuk uit het ROM boek dat voortkwam uit het ROM-project van GGZ-Nederland. Hier wordt het doel van bendchmarken beschreven als leren van vergelijken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen extern benchmarken (instellingen onderling vergelijken) en intern benchmarken (binnen de instelling onderdelen vergelijken of vergelijken over de tijd. Benchmarken kan onderdeel zijn van een methodiek om behandeluitkomsten te verbeteren. Er is ook aandacht voor valkuilen zoals het bespelen van de gegevens (gaming) uit vrees dat benchmarken gebruikt zal worden als een afrekeninstrument.

7. de Beurs, E., den Hollander‐Gijsman, M. E., van Rood, Y. R., van der Wee, N. J. A., Giltay, E. J., van Noorden, M. S., van der Lem, R., van Fenema, E., & Zitman, F. G. (2011). Routine outcome monitoring in the Netherlands: Practical experiences with a web‐based strategy for the assessment of treatment outcome in clinical practice. Clinical Psychology & Psychotherapy, 18, 1-12. doi: 10.1002/cpp.696.

Routine outcome monitoring (ROM) is a method devised to systematically collect data on the effectiveness of treatments in everyday clinical practice. ROM involves documenting the outcome of treatments through repeated assessments. Assistants are employed who perform a baseline assessment comprising a standardized diagnostic interview, administration of rating scales and completion of several selfreport measures by the patient. At fi xed time intervals, assessments are repeated. Dedicated Web-based software has been developed to assist in this task. ROM informs therapists and patients on the severity of the complaints at intake, and the waxing and waning of symptoms over the course of treatment. Researchers can use ROM for effectiveness research, and managers can use it for benchmarking. The use of ROM for research is illustrated by presenting data on the diagnostic status of patients participating in ROM and data on treatment outcome of a subgroup of patients (with panic disorder) in our database. The results show that implementation of ROM is feasible, and after some initial reservations, most therapists now consider ROM to be a necessary and important adjunct to the clinical treatment. In addition, ROM furthers research as the data can be used to study the phenomenology of psychiatric disorders and the outcome of treatments delivered in everyday practice.

6. Damman, O. C,, Hendriks, M,, Delnoij, & D. M. (2010). Keuze-informatie op basis van patiëntenervaringen: aanbevelingen en dilemma’s.Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen, 88, 396-405.

Er is in Nederland steeds meer informatie beschikbaar over de ervaringen van patiënten met de zorg (middels metingen met de CQ-index). We hebben in vijf deelstudies onderzocht hoe deze gegevens het beste bewerkt en gepresenteerd kunnen worden als keuze-informatie. Die studies leverden aanbevelingen op voor verschillende partijen die werken met de CQ-index en keuze-informatie in de zorg. De aanbevelingen zijn grofweg op te delen in twee categorieën: (1) aanbevelingen voor het corrigeren voor antwoordtendenties om eerlijke vergelijkingen tussen zorgaanbieders mogelijk te maken; en (2) aanbevelingen voor presentatiewijzen om de informatie weer te geven op internet. Ook worden in dit artikel enkele dilemma’s geschetst die voor het beleid, de praktijk en het onderzoek van belang zijn. Om keuze-informatie verder te optimaliseren, is het belangrijk dat de verschillende achterliggende doelen benoemd worden.

5. de Beurs, E. (2010). De genormaliseerde T-score, Een “euro” voor testuitslagen. Maandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid, 65, 685–696.

Om in de gaten te houden of een behandeling goed werkt, zijn verschillende meetinstrumenten in omloop. Deze zijn echter niet compatibel, waardoor het moeilijk is om resultaten te vergelijken. De huidige behandelpraktijk meet, maar weet nog niet. Er is een standaardmaat nodig die de ‘wisselkoersen’ omzeilt.

4. Mulder, N. e.a. (2010). Reacties T-score. Maandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid, 65, 844-845.

Het artikel over de T-score maakte een aantal kritische reacties los, niet zozeer over de voorgestelde statistische methodiek, maar wel over de achterliggende doelstelling om behandelresultaten van verschillende zorgaanbieders vergelijkbaar te maken. Dit is een pdf uit de brievenrubriek met reacties van Niels Mulder, Philippe Delespaul, Kees Kooiman & Ellen Klaassens, inclusief weer een antwoord van de Beurs op die kritische noten.

3. de Beurs, E. & Barendregt, M. (2008). De evidence base van zorgprogramma’s in de tbs: een visie op therapie-effectonderzoek. Proces, 89, 331 -343.

De samenvatting van een rapport geschreven in opdracht van het onderzoeksinstituut van het ministerie van Justitie over uitkomst meting van behandeling in de TBS. Een pleidooi voor n = 1 studies en ROM.

2. de Beurs, E. (2009). Bespreking van: Oudejans, S. Routine Outcome Monitoring & Learning Organizations in Substance Abuse TreatmentMaandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid, 64, 1036-1039.

Een bespreking van het proefschrift van Suzan Oudejans waarin zij verslag doet van het eerste benchmarkproject in de verslavingszorg.

1. de Beurs, E. & Zitman, F. G. (2007). Routine Outcome Monitoring: Het meten van therapie-effect in de klinische praktijk met webbased software. Maandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid, 64, 13-28.

Een beschrijving van ROM zoals uitgevoerd op het LUMC en Rivierduinen door onderzoeksverpleegkundigen met behulp van software (QuestManager).

top