Stichting Benchmark GGZ

Toon het menu Verberg het menu
BRaM

Hier vindt u informatie over onze Benchmarkrapportage Module (BRaM) en op welke wijze u deze kunt bedienen en begrijpen.

Berekeningen - algemeen

Laatst gewijzigd op: 03 mei 2018

Voordat er een behandeleffect berekend kan worden, wordt de aangeleverde data inhoudelijk gecontroleerd. Daarbij worden de aangeleverde DBC-trajecten gegroepeerd op basis van prestatiecode. Vervolgens worden ruwe scores omgezet naar T-scores. Om de data binnen de database van SBG stabiel te houden wordt de database alleen verrijkt met de data die u de afgelopen 3 maanden vergaard heeft. Hierbij is het van groot belang dat u de deadlines in de gaten houdt.

Te excluderen DBC-trajecten

Laatst gewijzigd op: 01 maart 2018

Bij aanlevering dienen alle DBC’s en Productgroepen GB GGZ aangeleverd te worden, inclusief de trajecten met behandeldeel ‘Crisis’, ‘Diagnostiek’, ‘Geen behandeling bij 24-uurs verblijf’ en ‘Indirecte tijd’. Deze DBC-trajecten worden echter niet betrokken bij de berekening van respons en behandeleffect. Het betreft hier DBC-trajecten met de volgende prestatiecodes:

  • Crisis DBC-trajecten – (prestatiecodes eindigend op 013, 014, 015, 016, 165, 166, 213, 214, 501, 502, 503, 504, 505, 506, 507)
  • Diagnostische DBC-trajecten – (prestatiecodes eindigend op 007, 008, 009, 162, 163, 164, 211, 212, 262, 263, 307, 508, 509, 510, 511, 512, 513, 514) 
  • Geen behandeling bij 24 uurs verblijf DBC-trajecten (prestatiecodes eindigend op 001, 000)
  • Indirecte tijd DBC-trajecten - (prestatiecodes eindigend op 002, 003, 004, 005, 160, 161, 259)
  • Transitieprestatie DBC-trajecten (GB GGZ) – (prestatiecodes beginnend met 805)

Zorgdomeinen Kinderen en Jeugd / Dyslexie

Vanaf 1 april 2018 worden deze gegevens niet meer in BRaM getoond als gevolg van de overgang van deze zorg naar gemeenten. 

brambeheerder,ictmedewerkerdatatechnicus,onderzoeker,rapportagesgebruiken,responsverlies,uitlegtoelichting
berekeningen,dbctraject

T-score conversie

Laatst gewijzigd op: 15 december 2017

In de GGZ worden veel verschillende meetinstrumenten gebruikt. Om hieraan tegemoet te komen heeft SBG een ruimhartig beleid gevoerd ten aanzien van meetinstrumenten voor de benchmark. Geconstateerd is dat er meer uniformiteit in het gebruikte meetinstrumentarium per zorgdomein en meetdomein nodig is om zeker te zijn van de vergelijkbaarheid van uitkomsten.

Vanwege het gebruik van verschillende meetinstrumenten om behandeluitkomsten van zorgaanbieders inzichtelijk te maken in BRaM, zet SBG ruwe vragenlijstscores om in een genormaliseerde T-score. De genormaliseerde T-score maakt het mogelijk om de vragenlijstscore op diverse meetinstrumenten uit hetzelfde meetdomein onderling vergelijkbaar te maken, doordat alle scores op dezelfde schaal worden geplaatst met een gemiddelde van 50 en een standaarddeviatie van 10. Daarnaast is normalisatie nodig om verschilscores tussen pre- en postmetingen te mogen berekenen.

De omzetting van ruwe scores naar T-scores wordt per meetdomein voor elk meetinstrument afzonderlijk berekend volgens een formule die tot stand is gekomen op basis van een ruime hoeveelheid beschikbare gegevens (de kalibratiesteekproef). Jaarlijks wordt bezien of de formule op basis van een grotere database te verbeteren is. De T-score formules die door BRaM worden toegepast op de aangeleverde scores afkomstig uit DBC-trajecten, zijn te vinden in de factsheets per meetinstrument.

Onderzoek naar behandeluitkomst

Voor de T-scoreformule bij een meetinstrument is het van belang dat deze is gebaseerd op een steekproef die zo goed mogelijk het zorgdomein beschrijft waarin het betreffende meetinstrument wordt afgenomen. Omdat SBG voldoende DBC-trajecten uit elk zorgdomein ontvangt wordt een T-scoreformule bij voorkeur vastgesteld op gegevens uit de SBG-database op basis van geldige voormetingen van initiële DBC-trajecten. Voor de kalibratiesteekproef worden vanaf 2015 de volgende criteria gehanteerd:

  • minimaal 1500 geldige voormetingen bij initiële DBC-trajecten;
  • minimaal 5 instellingen;
  • niet meer dan 50% van de voormetingen is afkomstig van 1 instelling;
  • de verhouding van het aantal voormetingen bij (1) ambulante instellingen, (2) geïntegreerde instellingen, (3) overige instellingen komt goed overeen met deze verhouding bij het gehele zorgdomein.


Een T-scoreformule op basis van deze criteria geeft een zo representatief mogelijk beeld van alle voorgemeten patiënten binnen een zorgdomein en kan ingezet worden om verschillen in behandeleffect te onderzoeken binnen een instelling en tussen instellingen. Omdat echter nog niet alle meetinstrumenten aan bovenstaande criteria voldoen, stellen wij ook T-scores beschikbaar die aan lagere criteria voldoen. De criteria waaraan een T-scoreformule voldoet, oftewel de representativiteit, wordt uitgedrukt in sterren.

  • Twee sterren: zie bovenstaande criteria.
  • Eén ster: (a) minimaal 1000 geldige voormetingen bij initiële DBC-trajecten, (b) minimaal 3 instellingen, en (c) niet meer dan twee derde van de voormetingen is afkomstig van 1 instelling.
  • Geen ster: minimaal 1000 geldige voormetingen bij initiële DBC-trajecten.


Op basis van de T-scoreformules met één of geen sterren kunnen instellingen verschillen in behandeleffect onderzoeken binnen hun instelling, maar voorzichtigheid is geboden bij vergelijking van eigen resultaten met instellingen die een ander instrument gebruiken of met het landelijk gemiddelde. Hiermee rekening houden is belangrijk bij het uitvoeren van onderzoek naar verschillen in behandeleffect. Hier kunt u lezen hoeveel sterren zijn toegekend aan alle T-scoreformules.

behandelaar,behandeluitkomst,bestuurmanagerbeleidsmed,brambeheerder,onderzoeker,rapportagesgebruiken,uitlegtoelichting,zorgverzekeraar
behandeluitkomstdbctrajecten,behandeluitkomstzorgtrajecten,berekeningen,tscore

Deadlines

Laatst gewijzigd op: 15 december 2017

SBG hanteert als regel dat DBC-trajecten die eenmaal een einddatum hebben gekregen afgesloten zijn. Op dat moment wordt het DBC-traject geëvalueerd en het behandeleffect bepaald. Aanvullende informatie over het traject kan tot drie maanden na afsluiten nog worden aangeleverd of geüpdatet.

Gedurende deze periode is het bijvoorbeeld mogelijk om alsnog een nameting aan te leveren voor het traject. Het is echter niet meer mogelijk om een eenmaal aangeleverde einddatum te corrigeren. SBG noemt deze periode de “vloeibare” periode. Na de vloeibare periode wordt de informatie bevroren. Als gevolg daarvan worden de rapportages over bevroren data “definitief” en zullen in beginsel niet meer wijzigen.

Het moment van bevriezen wordt afgerond op hele maanden en vindt telkens op de eerste van de maand plaats. Het moment van bevriezen is de vijfde werkdag van de maand volgend op de afsluitdatum plus 4 maanden. Bijvoorbeeld: alle trajecten met een afsluitdatum in de maand januari worden bevroren in juni.

In uitzonderlijke gevallen kunnen na de deadline nog wijzigingen worden doorgevoerd. In dat geval kunnen de gegevens na toestemming van de Directie ook met terugwerkende kracht langer dan drie maanden geleden nog worden gewijzigd. Als gevolg hiervan zullen dus ook de gerapporteerde cijfers kunnen veranderen, zowel voor de zorgaanbieder zelf als voor andere zorgaanbieders. Gegevens waarvoor de pseudo-koppelnummers omwille van privacy reeds zijn gerandomiseerd (doorgaans zorgtrajecten die meer dan een jaar geleden zijn afgesloten) kunnen niet meer worden gewijzigd.

Voor het bevriezen van DBC-trajecten geldt als peildatum de einddatum van het traject. Een consequentie daarvan is dat, indien een traject eenmaal met een einddatum is aangeleverd, deze einddatum niet meer mag wijzigen. Dit geldt ook gedurende de periode voorafgaand aan de deadline. In principe kunnen alle reeds aangeleverde gegevens vóór verlopen van de deadline nog aangepast worden, met uitzondering van de einddatum DBC.

behandeluitkomst,brambeheerder,ictmedewerkerdatatechnicus,onderzoeker,rapportagesgebruiken,respons,responsverlies,uitlegtoelichting
dbctraject,deadline
top