Stichting Benchmark GGZ

Toon het menu Verberg het menu
BRaM

Hier vindt u informatie over onze Benchmarkrapportage Module (BRaM) en op welke wijze u deze kunt bedienen en begrijpen.

Berekeningen - behandeleffect zorgtrajecten

Laatst gewijzigd op: 03 mei 2018

Hier vindt u meer uitleg over we het gemiddelde behandeleffect bij zorgtrajecten berekenen. Achtereenvolgens komt de berekening aan de orde van de volgende behandeleffecten: De benchmark (landelijk gemiddelde), het gemiddelde behandeleffect per zorgaanbieder en per afdeling, en het gemiddelde behandeleffect per behandelaar.

Samenstelling zorgtrajecten

Laatst gewijzigd op: 15 december 2017

Een zorgtraject is een opeenvolging van losse DBC-trajecten, behorend bij dezelfde patiënt en dezelfde hoofddiagnose. Er kunnen in theorie meerdere zorgtrajecten bij een patiënt gelijktijdig bestaan tot maximaal 3.

Zorgaanbieders bieden maandelijks een bestand aan met daarin alle in de voorafgaande drie maanden afgesloten DBC-trajecten. Voor ieder DBC-traject wordt ook een zorgtrajectnummer meegegeven. Voor het rapporteren van het behandeleffect over zorgtrajecten is het noodzakelijk dat DBC-trajecten uit meerdere XML-bestanden worden samengevoegd tot één zorgtraject. Dit dient als volgt te gebeuren:

  • Verzamel alle aangeleverde DBC-trajecten met dezelfde zorgtrajectnummer/patiënt/zorgaanbieder en zet deze in chronologische volgorde op basis van de startdatum van het DBC-traject.
  • Alleen volledige zorgtrajecten worden voor deze rapportage gebruikt. Een zorgtraject is volledig indien:
    • Het oudste (eerste) DBC-traject een initieel DBC betreft. Dit is te herkennen aan het prestatiecode deel
    • Het jongste (laatste) DBC-traject een DBC-traject heeft met een redenEindeDBC anders dan reden 4, 9, 19 of 20 (uitsluitend administratieve redenen voor afsluiten)
  • Zorgtrajecten die uitsluitend bestaan uit te excluderen DBC-trajecten worden niet voor deze rapportage gebruikt.
behandelaar,behandeluitkomst,bestuurmanagerbeleidsmed,onderzoeker,rapportagesgebruiken,uitlegtoelichting,zorgverzekeraar
behandeluitkomstzorgtrajecten,berekeningen,zorgtraject

De benchmark

Laatst gewijzigd op: 15 december 2017
De benchmark is bepaald als het gemiddelde behandeleffect voor alle in de database opgeslagen zorgtrajecten die voldoen aan de criteria zoals door de gebruiker ingesteld in BRaM. Het is een landelijk gemiddelde, in de zin dat de trajecten van alle Nederlandse zorgaanbieders worden meegenomen. Zorgtrajecten worden door BRaM samengesteld vanuit de in de database aanwezige DBC-trajecten.
behandelaar,behandeluitkomst,bestuurmanagerbeleidsmed,onderzoeker,rapportagesgebruiken,uitlegtoelichting,zorgverzekeraar
behandeluitkomstzorgtrajecten,benchmark,berekeningen

Eisen aan de benchmark

Laatst gewijzigd op: 15 december 2017

Het minimaal aantal benodigde behandeleffecten bij een (sub)groep voor een SBG benchmark is gesteld op 400. Dit naar analogie van de COTAN criteria voor normering van instrumenten.

Bij 200 tot 400 wordt de benchmark wel berekend, maar met een gestreepte balk in BRaM weergegeven. Onder de 200 wordt geen waarde voor de benchmark vastgesteld. Voor de betrouwbaarheid van een schatting van het behandeleffect bij een (sub)groep van patiënten van een aanbieder gelden in principe dezelfde aantallen.

Berekenen landelijk gemiddelde behandeleffect over zorgtrajecten

  1. Gebruik alleen die zorgtrajecten die voldoen aan de definitie van volledige zorgtrajecten. 
  2. Gebruik alleen die zorgtrajecten die voldoen aan de gestelde parameters met uitzondering van Organisatie.
    • Alleen zorgtrajecten met een DBC einddatum binnen de te rapporteren periode.
    • Alleen zorgtrajecten behorend bij het betreffende zorgdomein
    • Alleen zorgtrajecten die voldoen aan de overige subgroep kenmerken.

Landelijk gemiddelde behandeleffecten worden per meetdomein bepaald.

Onderstaande stappen worden herhaald per meetdomein.

  • Bepaal per meetdomein (voor het betreffende zorgdomein) of er voor dat meetdomein een voormeting en een nameting beschikbaar zijn. Een voormeting is een geldige voormeting voor het eerste DBC-traject binnen het zorgtraject. Een nameting is een geldige nameting voor het laatste DBC-traject binnen het zorgtraject.

Indien voor- en nameting voor dat meetdomein beschikbaar zijn:

  1. Gebruik van deze trajecten alleen die trajecten met een geldige voormeting en een geldige nameting.
  2. Gebruik alleen die zorgtrajecten met metingen met een meetinstrument dat is goedgekeurd voor “bijdragen aan landelijk gemiddelde behandeleffect” (op het moment van DBC einddatum).
  3. Bereken per zorgtraject het behandeleffect (de T score van de voormeting minus de T-score van de nameting).
  4. Bereken het landelijk gemiddelde behandeleffect zorgtrajecten als de som van de behandeleffecten van ieder zorgtraject gedeeld door het aantal zorgtrajecten.
  5. Bepaal de status van het berekende landelijk gemiddelde behandeleffect.
    • Indien gebaseerd op minder dan drie zorgaanbieders: landelijk gemiddelde behandeleffect niet tonen.
    • Indien gebaseerd of een set trajecten waarbij  meer dan 66 procent afkomstig van één zorgaanbieder: landelijk gemiddelde behandeleffect niet tonen

Aanvullend op de punten hierboven:

  • als het aantal trajecten kleiner is dan 200: landelijk gemiddelde behandeleffect niet tonen.
  • indien het aantal trajecten tussen de 200 en 400 ligt: landelijk gemiddelde behandeleffect voorwaardelijk tonen.
  • Indien het aantal trajecten meer dan 400 is: landelijk gemiddelde behandeleffect wel tonen.

behandelaar,behandeluitkomst,bestuurmanagerbeleidsmed,onderzoeker,rapportagesgebruiken,uitlegtoelichting,zorgverzekeraar
behandeluitkomstzorgtrajecten,benchmark,berekeningen

Zorgaanbieder en afdeling

Laatst gewijzigd op: 15 december 2017
  1. Gebruik alleen die trajecten die voldoen aan de gestelde parameters met uitzondering van ‘Organisatie’.
    • Alleen zorgtrajecten met een DBC-einddatum binnen de te rapporteren periode. Het gaat hier om de einddatum van het laatste DBC-traject binnen het zorgtraject.
    • Alleen zorgtrajecten behorend bij het betreffende zorgdomein.
    • Alleen trajecten die voldoen aan de overige subgroepkenmerken.
    • Alleen die trajecten behorend bij de Organisatorische Eenheden die behoren tot de betreffende referentiegroep.

Herhaal onderstaande stappen per meetdomein

  1. Bepaal per meetdomein (voor het betreffende zorgdomein) of er voor dat meetdomein een voormeting en een nameting beschikbaar zijn. Een voormeting is een geldige voormeting voor het eerste DBC-traject binnen het zorgtraject. Een nameting is een geldige nameting voor het laatste DBC-traject binnen het zorgtraject.
  2. Indien voor en nameting voor dat meetdomein beschikbaar:
    • Gebruik van deze trajecten alleen die trajecten met een geldige voormeting en een geldige nameting.
    • Gebruik alleen die trajecten met metingen met een meetinstrument dat is goedgekeurd voor “bijdragen aan OE-gemiddelde behandeleffect” (op moment van einddatum DBC).
    • Bereken per traject het behandeleffect (de T score van de voormeting minus de T-score van de nameting, of de categoriale behandeleffecten).
    • Bereken het gemiddelde behandeleffect zorgtrajecten als de som van de behandeleffecten van ieder zorgtraject gedeeld door het aantal zorgtrajecten.
    • Bepaal de status van het berekende behandeleffect.
      • Indien het aantal trajecten kleiner is dan 10: geen behandeleffect tonen.
      • Indien het aantal trajecten tussen de 10 en 25 ligt: voorwaardelijk tonen door middel van een gestreepte balk.
      • Indien aantal trajecten groter is dan 25: behandeleffect tonen.
behandelaar,behandeluitkomst,bestuurmanagerbeleidsmed,onderzoeker,rapportagesgebruiken,uitlegtoelichting,zorgverzekeraar
behandeluitkomstzorgtrajecten,berekeningen

Behandelaar

Laatst gewijzigd op: 15 december 2017

Gebruik alleen die trajecten die voldoen aan de gestelde parameters met uitzondering van ‘Organisatie’

  • Alleen zorgtrajecten met een einddatum DBC binnen de te rapporteren periode. Het gaat hier om de einddatum van het laatste DBC-traject binnen het zorgtraject.
  • Alleen zorgtrajecten behorend bij het betreffende zorgdomein.
  • Alleen trajecten die voldoen aan de overige subgroep kenmerken.
  • Alleen die trajecten behorend bij de behandelaar waarover het gemiddelde behandeleffect berekend moet worden.


Onderstaande stappen worden herhaald per meetdomein

  • Bepaal per meetdomein (voor het betreffende zorgdomein) of er voor dat meetdomein een voormeting en een nameting beschikbaar zijn. Een voormeting is een geldige voormeting voor het eerste DBC-traject binnen het zorgtraject. Een nameting is een geldige nameting voor het laatste DBC-traject binnen het zorgtraject.
  • Indien voor- en nameting voor dat meetdomein beschikbaar:
    • Gebruik van deze trajecten alleen die trajecten met een geldige voormeting en een geldige nameting.
    • Gebruik alleen die trajecten met metingen met een meetinstrument dat is goedgekeurd voor “bijdragen aan OE gemiddelde behandeleffect” (op moment van einddatum DBC).
    • Bereken per traject het behandeleffect (de T score van de voormeting minus de T-score van de nameting (of de behandeleffecten per categorie).
    • Bereken het gemiddelde behandeleffect zorgtrajecten als de som van de behandeleffecten van ieder zorgtraject gedeeld door het aantal zorgtrajecten.
    • Bepaal de status van het berekende behandeleffect.
  • indien het aantal trajecten minder dan 10 is: geen behandeleffect tonen.
  • indien het aantal trajecten tussen de 10 en 25 ligt: voorwaardelijk tonen door middel van een gestreepte balk.
  • indien aantal trajecten groter is dan 25: behandeleffect tonen.
behandelaar,behandeluitkomst,bestuurmanagerbeleidsmed,onderzoeker,rapportagesgebruiken,uitlegtoelichting,zorgverzekeraar
behandelaar,behandeluitkomstzorgtrajecten,berekeningen
top