Voor GGZ-instellingen is het vergelijken van eigen resultaten met die van anderen één van de manieren om zicht te krijgen op de kwaliteit van de geboden zorg. Omdat instellingen vaak werken met verschillende meetinstrumenten om het effect van een behandeling te meten, is het niet eenvoudig om de resultaten onderling te vergelijken. SBG maakt het mogelijk in BRaM met de SBG Benchmark.
SBG rekent de scores per vragenlijst om naar één T score, een standaardscore - en maakt het daarbij mogelijk om resultaten van instellingen die verschillende meetinstrumenten gebruiken toch met elkaar te vergelijken. De scores op de vragenlijsten kunnen dan gebruikt worden voor het vormen van een bruikbaar ijkpunt: het landelijke gemiddelde of de SBG Benchmark.
Per zorgdomein zijn verschillende meetdomeinen gedefinieerd. Per meetdomein zijn verschillende meetinstrumenten geselecteerd die geschikt zijn om mee te benchmarken.
SBG vergelijkt de begin- en eindmeting van een behandeling om te bepalen wat het behandeleffect is, de Delta T. Als uitgangspunt om de behandeling te definiëren wordt de Diagnose Behandel Combinatie (DBC) gehanteerd. Uit het gemiddelde verschil tussen de begin- en eindmeting van een groot aantal DBC trajecten berekent SBG een ijkpunt, oftewel de benchmark.
De benchmarks van SBG hebben betrekking op afgesloten DBC trajecten. Er zijn verschillende benchmarks, afhankelijk van (onder meer):
Ook de implementatiegraad van ROM (response-percentages van gemeten patiënten) wordt geanalyseerd en gerapporteerd.